Voeding

Het lichaam van een paard is er voor gemaakt de hele dag door kleine beetjes voedsel binnen te krijgen; voornamelijk plukjes gras en (on)kruid. Op deze manier houden ze hun inwendige "motor" aan de gang: de spijsvertering.

De spijsvertering kan enkel zijn werk correct uitvoeren wanneer deze constant voeding te verwerken heeft. Deze activiteit zorgt er onder andere voor dat een paard zijn temperatuur kan regelen. Onbeperkt hooi ter beschikking stellen zorgt er bijvoorbeeld voor dat een paard het in de winter warm genoeg heeft. Om schrokken en morsen tegen te gaan kan dit hooi in zogenaamde slowfeeders aangeboden worden, waardoor de paarden net als in het wild moeten "werken" voor hun eten. Ook voor de maag zelf is dit hooi zeer belangrijk, daar een paardenmaag steeds maagzuur aanmaakt (bij de mens is dit enkel tijdens het eten), en dit zuur de maagwand gaat aantasten wanneer er niets anders is om te verwerken.

Het veel gebruikte krachtvoer (granen) helpt daar niet tegen, daar een paard niet gemaakt is om deze te verwerken... het soort granen dat wij voeren komt in het wild zo goed als niet voor. Daarbij wordt krachtvoer in grote porties gevoerd, wat zelfs een ware aanval is op de paardenmaag omdat deze enkel kleine porties kan verwerken. De meeste stalpaarden staan uren met een lege maag en krijgen dan plots 2kg granen en suikers te verwerken: het recept voor maagzweren.. Spijtig genoeg zijn maagzweren voor het ongetrainde oog zo goed als niet langs de buitenkant van een paard te erkennen, maar lopen de meeste (!) stalpaarden er mee rond. 

Spijtig genoeg bevat ons hooi vaak ook niet al de nodige voedingsstoffen. Het komt meestal van raaigras (energierijk gras voor koeien die melk moeten produceren), en wordt geoogst van uitgeput, overbemest en vaak ook bespoten gras. Het is zeker niet simpel goed hooi te vinden in België en Nederland. Kuil of voordroog (in plastiek verpakt) hooi bevat veel schimmels en bacteriën, dus droog en onverpakt hooi heeft zeker de voorkeur. Maar ook dit zit vaak vol stof. Het is dus aan de eigenaar om de verantwoordelijkheid op zich te nemen om steeds te zoeken naar goed hooi. Je kan je hooi ook laten testen op overschotten en tekorten en dan tekorten aanvullen. 

Natuurlijk, als je steeds wisselende hooipartijen hebt is dit onbegonnen werk. 

Gelukkig is hiervoor een oplossing.

 

Wordt vervolgd..